NL
.
De duizenden neven van Zwarte Piet: hoe blackfaceshows in theater en op tv het racisme in Nederland voedden
De duizenden neven van Zwarte Piet: hoe blackfaceshows in theater en op tv het racisme in Nederland voedden
Elisabeth Koning en Wilfred Takken deden onderzoek naar blackface in Nederland en vonden duizenden voorbeelden waarin witte mensen met zwarte schmink een stereotiep zwart personage speelden. De gevolgen daarvan zijn nog voelbaar.

Make-upsets uit begin 20ste eeuw van Max Factor, te zien op de expositie 'Regenera­tion: Black Cinema, 1898-1971' in het Academy Museum in Los ­Angeles. Witte acteurs die een personage van een andere ­afkomst speelden, kregen door middel van deze ­make-up een ­aangepaste huidskleur. Er waren kleuren als 'Black (minstrel)', 'Indian' en 'Chinese'. Witte schmink heette 'Natural'. Beeld Getty
Make-upsets uit begin 20ste eeuw van Max Factor, te zien op de expositie 'Regenera­tion: Black Cinema, 1898-1971' in het Academy Museum in Los ­Angeles. Witte acteurs die een personage van een andere ­afkomst speelden, kregen door middel van deze ­make-up een ­aangepaste huidskleur. Er waren kleuren als 'Black (minstrel)', 'Indian' en 'Chinese'. Witte schmink heette 'Natural'.Beeld Getty

Blackface, dat is toch een typisch Amerikaans fenomeen? Niet als je het aan NRC-journalist Wilfred Takken en historicus Elisabeth Koning vraagt. Volgens hen heeft blackface, het controversiële gebruik waarbij witte mensen hun gezicht zwart schminken om zwarte mensen uit te beelden, ook in Nederland een zeer aanwezige traditie.

Deze stelling hebben Takken en Koning uitgewerkt in Zwart op wit, een studie van twee eeuwen blackface in Nederland. Het boek telt ruim 400 pagina's en is rijkelijk geïllustreerd met talloze voorbeelden van blackface in het Nederlandse amusement en later - hoewel in iets mindere mate - op tv.

Hassan Bahara is sinds 2021 media- en cultuurredacteur voor de Volkskrant. Daarvoor schreef hij over (online)radicalisering. Eén week in de maand doet hij dienst als tv-recensent.

Aanleiding voor het boek is onze nationale splijtzwam Zwarte Piet. Volgens sommigen gewoon een goeiige kindervriend die zwart is door het roet in de schoorsteen. Volgens Takken en Koning is Zwarte Piet een van de eerste voorbeelden van blackface op Nederlandse bodem.

'Vanaf zijn ontstaan in 1850 moest Zwarte Piet altijd een Afrikaan voorstellen', zegt Koning tijdens een gesprek in een Amsterdams café, waarbij ook Takken is aangeschoven. 'Soms werd hij ook een Ethiopiër genoemd, het was duidelijk dat het om een zwarte man gaat. De definitie van blackface is een wit iemand die met schmink zich voordoet als een zwart mens. Dat is dus ook bij Zwarte Piet het geval.'
Make-upsets uit begin 20ste eeuw van Max Factor, te zien op de expositie 'Regenera­tion: Black Cinema, 1898-1971' in het Academy Museum in Los ­Angeles. Witte acteurs die een personage van een andere ­afkomst speelden, kregen door middel van deze ­make-up een ­aangepaste huidskleur. Er waren kleuren als 'Black (minstrel)', 'Indian' en 'Chinese'. Witte schmink heette 'Natural'. Beeld Getty
Make-upsets uit begin 20ste eeuw van Max Factor, te zien op de expositie 'Regenera­tion: Black Cinema, 1898-1971' in het Academy Museum in Los ­Angeles. Witte acteurs die een personage van een andere ­afkomst speelden, kregen door middel van deze ­make-up een ­aangepaste huidskleur. Er waren kleuren als 'Black (minstrel)', 'Indian' en 'Chinese'. Witte schmink heette 'Natural'.Beeld Getty

Takken en Koning leerden elkaar in 2018 kennen. Takken schreef toen voor NRC over de worstelingen van het Sinterklaasjournaal met het verhitte maatschappelijk debat rondom Zwarte Piet. Koning, die in 2011 tijdens een studie in Amerika blackface leerde kennen, had net een artikel in het Tijdschrift voor Geschiedenis gepubliceerd waarin ze betoogde dat Zwarte Piet in dezelfde tijd opkwam als de minstrel show uit de 19de eeuw.

In deze van oorsprong Amerikaanse theatershow vol zang en dans worden zwarte mensen op racistische wijze (dom, lui, onderdanig) uitgebeeld door zwartgeschminkte witte acteurs. In Nederland sloegen deze shows ook aan. De overeenkomsten met Zwarte Piet waren voor Koning evident, schreef ze in het Tijdschrift voor Geschiedenis: 'De manifestatie van Zwarte Piet in een tijdperk gevuld met theatrale dwaze blackface-optredens kan niet worden opgevat als een geïsoleerd toeval.'

Voor Takken vormde het artikel van Koning de missing link: hiermee was voor hem de herkomst van Zwarte Piet verklaard. Het tweetal besloot verder op onderzoek uit te gaan en andere gevallen van blackface in Nederland op te sporen.
Wilfred Takken en Elisabeth Koning, auteurs van het boek 'Zwart op Wit'. Beeld Merlijn Doomernik
Wilfred Takken en Elisabeth Koning, auteurs van het boek 'Zwart op Wit'.Beeld Merlijn Doomernik

Takken en Koning vonden tussen 1847 en 2019 meer dan 4.000 blackface-optredens. De 'duizenden neven van Zwarte Piet' heten ze in het boek. In de meeste gevallen ging het om dommige, onderdanige en luie figuren. Deze 'neven' zouden hierdoor in niet geringe mate hebben bijgedragen aan een kwalijke, stereotiepe kijk van witte Nederlanders op zwarte mensen. Ook vandaag de dag ondervinden zwarte mensen daar de kwalijke gevolgen van, betogen Takken en Koning.

'Dat zie je bijvoorbeeld terug in het lagere schooladvies dat Afro-Nederlandse kinderen krijgen, ook de kinderen die goed scoren op de Cito-toets', zegt Takken. 'Of in de racistische exercitie van de Belastingdienst bij de toeslagenaffaire - daar spelen oude, racistische ideeën over zwarte mensen een belangrijke rol in.'

'In 1847 had je de eerste minstrel show in Nederland', zegt Koning. 'De groep heette The Ethiopian Serenaders en bestond uit een vijftal witte Engelse mannen van begin 20. Zij hebben ongeveer drie jaar lang in Nederland rondgereisd en traden overal op. Daarna kwamen er ook andere Engelse en Amerikaanse minstrel showartiesten naar Nederland. De laatsten die in Nederland optraden, waren de Timbertown Minstrels, in 1916.'
Make-upsets uit begin 20ste eeuw van Max Factor, te zien op de expositie 'Regenera­tion: Black Cinema, 1898-1971' in het Academy Museum in Los ­Angeles. Witte acteurs die een personage van een andere ­afkomst speelden, kregen door middel van deze ­make-up een ­aangepaste huidskleur. Er waren kleuren als 'Black (minstrel)', 'Indian' en 'Chinese'. Witte schmink heette 'Natural'. Beeld Getty
Make-upsets uit begin 20ste eeuw van Max Factor, te zien op de expositie 'Regenera­tion: Black Cinema, 1898-1971' in het Academy Museum in Los ­Angeles. Witte acteurs die een personage van een andere ­afkomst speelden, kregen door middel van deze ­make-up een ­aangepaste huidskleur. Er waren kleuren als 'Black (minstrel)', 'Indian' en 'Chinese'. Witte schmink heette 'Natural'.Beeld Getty
Racisme onder een dekmantel van humor en ironie

Een andere constante bron van blackface was het populaire toneelstuk De hut van oom Tom, een bewerking van het gelijknamige antislavernijboek uit 1852. Dat werd zeker tot de Tweede Wereldoorlog veelvuldig opgevoerd. Vaak werden er blackface-clowns uit de minstrelshows aan toegevoegd om het het melodramatische verhaal iets luchtiger te maken.

Ook Shakespeares Othello neemt een belangrijke plaats in binnen de Nederlandse blackfacetraditie. Pas in 2006 werd Othello voor het laatst vertolkt door een zwartgeschminkte witte acteur. Vaak moest Othello een Arabier voorstellen, maar geregeld ook een zwarte Afrikaan. In vroegere recensies werd hij vaak geïnterpreteerd als een 'kleurling' met 'primitieve krachten van gekwetste trots en minderwaardigheidsgevoel' die tot 'vreselijke erupties van bloedlust en wraakzucht leiden'.

Takken en Koning laten overtuigend zien dat de karikaturale blackfacefiguur lange tijd de enige verbeelding van zwarte mensen is geweest. Dat we dat lijken te zijn vergeten, komt volgens hen doordat het altijd als onschuldig volksvermaak werd gezien. Niemand die het als racistisch kwalificeerde, hooguit als humoristisch. En juist dat is het probleem, betogen de auteurs, want geen krachtigere manier om racisme mee te verspreiden dan onder de dekmantel van humor en ironie.

Koning: 'Tussen alle aankondigingen en affiches hebben we ook het een en ander gevonden over hoe de bezoekers van minstrel shows reageerden', zegt Koning. 'Die vonden het hilarisch. Ik denk dat als je diep in je hart had geweten dat dit niet klopte, dat je er dan tegenin was gegaan.'

Takken: 'Je ziet het ook terug in de recensies. Daar was veel lof voor de authenticiteit van de blackfacefiguren.'

Koning: 'Eind 19de eeuw kwamen er ook wel echt zwarte Amerikaanse artiesten naar Nederland. Een voorbeeld zijn de Fisk Jubilee Singers, een gospelband. Die werden gewaardeerd, maar er werden ook rare dingen over ze geschreven. Een recensent schreef dat ze teleurgesteld was dat ze niet zwarter waren. Zij was waarschijnlijk de zwartgeschminkte spelers van de minstrel shows gewend.'
Make-upsets uit begin 20ste eeuw van Max Factor, te zien op de expositie 'Regenera­tion: Black Cinema, 1898-1971' in het Academy Museum in Los ­Angeles. Witte acteurs die een personage van een andere ­afkomst speelden, kregen door middel van deze ­make-up een ­aangepaste huidskleur. Er waren kleuren als 'Black (minstrel)', 'Indian' en 'Chinese'. Witte schmink heette 'Natural'. Beeld Getty
Make-upsets uit begin 20ste eeuw van Max Factor, te zien op de expositie 'Regenera­tion: Black Cinema, 1898-1971' in het Academy Museum in Los ­Angeles. Witte acteurs die een personage van een andere ­afkomst speelden, kregen door middel van deze ­make-up een ­aangepaste huidskleur. Er waren kleuren als 'Black (minstrel)', 'Indian' en 'Chinese'. Witte schmink heette 'Natural'.Beeld Getty

Na de Tweede Wereldoorlog werd het er niet direct beter op, zo valt in Zwart op wit te lezen. Hoewel de Amerikaanse burgerrechtenbeweging en het antikolonialisme een impuls gaven aan het antiracisme, viel de toneelwereld nog vaak terug op stigmatiserende blackfacerollen. Zelfs in toneelstukken die met de beste bedoelingen waren gemaakt, zoals Een kannibaal als jij en ik (1976). In deze musical van cabaretiers Freek de Jonge en Bram Vermeulen speelt de zwartgeschminkte acteur Willem Nijholt een onderdrukte Afrikaan, een 'kannibaal', met een pantervel aan en een ketting met botjes om zijn nek. 'Pijnlijk om terug te zien', schreef NRC in 2018 in een terugblik op de musical.

Takken: 'In de jaren zeventig werd er een minstrel show opgevoerd in Amsterdam. De blackfacepersonages werden verkocht aan het publiek, die dan in de pauze met hun aankoop moesten rondlopen. Dat was bedoeld als maatschappijkritiek op racisme, maar daarvoor gebruikten ze wel dezelfde racistische karikaturen van vroeger.

'Een andere voorstelling is Een zwoele zomeravond uit 1978. Daarin speelt acteur Gerard Thoolen in blackface een dikke, vrolijke Surinaamse vrouw. Dat was ook een racistische karikatuur, geënt op de zogenaamde mammyfiguur. Dat is vaak een dikke, gezellige zwarte vrouw met het hart op de tong, die tevreden is met haar ondergeschikte positie.'

Extra pijnlijk in die eerste naoorlogse jaren is dat een van de weinige zwarte acteurs die Nederland rijk was, de Curaçaos-Nederlandse Otto Sterman, zelden de kans kreeg om een gelaagd personage te spelen. Sterman werd vooral gevraagd voor stereotyperende rollen. 'Dat waren dan altijd slaven of huisbedienden', zei hij daarover in een interview uit 1970.

Vanaf de jaren negentig begint het blackfacepersonage op toneel langzaam uit te sterven. Maar daarmee is het nog niet helemaal weg uit Nederland: Zwarte Piet is nog alom aanwezig. Daarnaast verschijnen er ook op tv geregeld blackfacepersonages. In hun boek schrijven de auteurs er uitgebreid over, omdat de invloed daarvan op Nederlanders 'vele malen' groter zou zijn dan toneel. Hun zoektocht leidt langs films als Plantage Tamarinde (1964), en het Britse The Black and White Minstrel Show dat in de jaren zestig en zeventig ook op de Nederlandse tv te zien was.

Recentere blackface-optredens op tv komen voor in het RTL-programma De TV Kantine, waarin Carlo Boszhard zich zwart schminkt om zijn collega Humberto Tan uit te beelden. Boszhard spreekt in deze persiflage uit 2015 met een zwaar Surinaams accent en houdt zo veel van dansen dat hij er opgewonden van raakt. Ook opmerkelijk is het Caribisch typetje Dushi (2009), gespeeld door de witte tv-presentator Wendy van Dijk. In Dushi resoneren ook oude stereotypen: dom, luidruchtig, onbeschaafd.

Niet elk tv-optreden in blackface mondde uit in een evident racistische stereotypering. Zo schminkten sommige deelnemers aan de muzikale talentenjacht De Soundmixshow uit de jaren tachtig zich zwart om de Afro-Amerikaanse artiest Prince na te doen. Het roept de vraag op of blackface ook mogelijk is zonder direct aanstoot te willen geven.

Takken: 'Zelfs als je de beste bedoelingen hebt, kun je blackface niet meer loskoppelen van zijn problematische verleden. Het is een beladen fenomeen. Nu nog in blackface gaan is adding insult to injury richting zwarte mensen. Niet voor niets is tijdens protesten tegen Zwarte Piet een van de leuzen 'mijn huid is geen kostuum'.'

Koning: 'Als ik acteur was, zou ik mij er in ieder geval niet meer aan wagen.'

Beiden vinden het 'spannend' hoe er op hun boek gereageerd gaat worden. Ze zijn vooral benieuwd naar de reacties van zwarte lezers. Want een beetje gek is het wel, realiseren de auteurs zich: een boek over een zwart onderwerp, geschreven door een witte journalist en een witte historicus. In de inleiding staan ze hierbij uitvoerig stil. Hebben ze niet te veel blinde vlekken? Kunnen ze, als witte Nederlanders die gesocialiseerd zijn in een 'racistisch systeem', wel goed doorgronden welke schadelijke gevolgen blackface heeft gehad?
null Beeld

Uiteindelijk concluderen Takken en Koning dat ze zich wel aan dit onderwerp hebben mogen wagen omdat blackface een product is van een racistische, witte cultuur. En die kennen ze van binnenuit, schrijven ze. Takken, schrijft hij boetvaardig, heeft zelf weleens voor Zwarte Piet gespeeld. Bovendien hebben ze gebruikgemaakt van een sensitivityreader die hen moest behoeden voor al te grote blunders.

Takken: 'Ik heb het bijvoorbeeld altijd over 'een komisch genre'. De sensitivityreader wees mij er op dat ik dat moet formuleren als 'een komisch bedoeld genre'. Daarmee maken we duidelijk dat wij het niet zelf grappig vinden.'

Koning: 'Ik zou het erg vinden als dit boek niet bijdraagt aan het racismedebat in Nederland, als het ondergesneeuwd raakt omdat we wit zijn.'

Takken: 'Een zwarte vriendin van mij heeft al gezegd dat ze het boek niet zal lezen omdat wij witte auteurs zijn. Dat mag ook, dat snappen we.'
Terug