NL
.
Het recht op betoging
Bron: pilpnjcm.nl
Het recht op betoging
Recht op betoging onder druk

Het recht om te demonstreren en de daarmee samenhangende vrijheid van meningsuiting lijken onder druk te staan in Nederland. Hierover heeft de Nationale Ombudsman in maart 2018 een rapport uitgebracht. De conclusie van dat rapport is dat overheden het demonstratierecht in de praktijk niet zelden beschouwen als onderdeel van een belangenafweging: het recht op demonstreren versus het belang van de openbare orde en veiligheid. Volgens de Ombudsman moet de essentie van het grondrecht tot demonstreren voorop staan. Die essentie is dat de overheid zich tot het uiterste moet inspannen om demonstraties te faciliteren en te beschermen, zodat burgers in vrijheid hun mening - hoe impopulair ook - kunnen laten horen. Elke andere houding van de overheid doet afbreuk aan de kern van het demonstratierecht.

Ook advocaten, wetenschappers en NGO's als Amnesty International en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) maken zich zorgen over deze ontwikkelingen.
Voorbeelden van betogingen onder druk

In 2016 zagen we, onder andere, de problematische aanhoudingen van 326 Feyenoord supporters in Rotterdam, een tiental feministen tegen Wilders in Spijkenisse, en 200 anti Zwarte Piet demonstranten in Rotterdam.

In jaren hiervoor zagen we al de eveneens problematische ontwikkelingen rond de aanhouding in Gouda van 90 demonstranten tegen Zwarte Piet, dit terwijl de politie al uitkeek naar 'mensen met een negroïde of links georiënteerd uiterlijk'. Verder zagen we het thuis bezoeken van mensen die zich hadden uitgesproken tegen Azc's door de politie en het meerdere keren oppakken van demonstranten tegen het Koningshuis.

In bijna alle bovenstaande gevallen kregen de demonstranten achteraf gelijk en excuses.

Onlangs nog heeft de Amsterdamse kantonrechter de voorman van Pegida in het gelijk gesteld nadat hij door de politie was aangehouden vanwege het tonen van een afbeelding van een hakenkruis dat in de prullenbak gegooid wordt. De rechter oordeelde dat 'het beperkende voorschrift van de burgemeester de inhoud van de te openbaren gedachten en gevoelens raakt'. De burgemeester had het tonen van het logo niet mogen verbieden. Ook hier dus werd de actievoerder ontslagen van alle rechtsvervolging. Het recht op demonstratie en het recht op de vrijheid van meningsuiting waren, net als in bovengenoemde gevallen, echter al wel beperkt.
Wat doet het PILP?

Het PILP heeft demonstranten en activisten geadviseerd over het recht op demonstratie en de vrijheid van meningsuiting. Zo hebben we onder andere onderzoek laten doen naar het recht om politieagenten te filmen en gaven we juridisch advies voorafgaand, tijdens en na demonstraties.
Zaak Sittard-Geleen

Het PILP voert een procedure namens twee activisten over het recht op vrije meningsuiting en het recht op betoging.

Afgelopen 19 november 2016 legde een burgemeester beperkende voorwaarden op aan een betoging. Actievoerders die in Sittard-Geleen wilden demonstreren tijdens de intocht van Sinterklaas mochten uitsluitend 'positieve boodschappen uitdragen, derhalve geen (negatieve) boodschappen over racisme in haar relatie tot het Sinterklaasfeest in al haar facetten'.

Op de zaterdag van de demonstratie, 19 november 2016, besloot de politie te handhaven op de in het besluit gestelde beperkingen. De protestborden met de teksten 'voor een racismevrij kinderfeest' en 'zwarte piet racisme' werden door de politie ingenomen.

Het PILP diende op 28 december 2016 een bezwaarschrift in tegen de door de burgemeester opgelegde beperkende voorwaarden.

Demonstreren is een grondrecht, net als het daarbij verkondigen van je mening. De door de burgemeester opgestelde beperkingen hebben betrekking op de inhoud van de protestactie, en druisen daarmee in tegen het recht op demonstreren en het daarmee gepaard gaande recht op vrijheid van meningsuiting, zoals vastgelegd in artikel 10 en 11 EVRM. Er is dan ook sprake van censuur.

Op 21 februari 2017 heeft het PILP te horen gekregen dat we de zaak over het recht op demonstratie hebben gewonnen. De commissie bezwaarschriften van de gemeente Sittard-Geleen heeft aan het PILP laten weten het bezwaarschrift kennelijk gegrond te verklaren. De burgemeester heeft tijdens een persconferentie zijn fout toegegeven. Het PILP heeft besloten geen verdere stappen te ondernemen. Deze zaak is hiermee afgesloten, maar we blijven wel actief op het recht op betoging.
Zaak Maastricht

Er loopt er een procedure wegens een inperking van het recht op betoging en vrijheid van meningsuiting in Maastricht. Deze procedure is gestart door het PILP-NJCM, voor cliënten Amnesty International Maastricht, het Maastrichtse studententeam van Amnesty International en Janneke Prins van de Internationale Socialisten. We worden in deze zaak ondersteund door advocaat Alexander IJkelenstam van CMS.

De procedure gaat over de demonstraties die op 19 november en 10 december 2017 plaatsvonden tegen de mogelijke uitzetting van een Afghaans gezin. Aan beide demonstraties zijn voorwaarden opgelegd door de gemeente Maastricht die het recht op betoging en het daarmee gepaard gaande recht op vrijheid van meningsuiting zoals vastgelegd in artikel 10 en 11 EVRM volgens de organisatoren en het PILP-NJCM onrechtmatig inperken.
De voorwaarden waren:

- een verbod om uitingen te doen die als schokkend of aanstootgevend kunnen worden ervaren;

- een verbod om te flyeren zonder voorafgaande toestemming, en;

- de verplichting dat de organisatoren van de demonstraties zelf gecertificeerde verkeersregelaars moeten inzetten.

Tijdens de bezwaarfase heeft de gemeente beslist dat het doen van schokkende of aanstootgevende uitingen niet voorafgaand aan de demonstraties mag worden verboden. Dit is in strijd met de vrijheid van meningsuiting. Deze voorwaarde is dan ook geschrapt. De overige bestreden voorwaarden bleven in stand.

Daarom zijn de organisatoren in beroep gegaan. De zitting vond plaats op 16 juli 2019.

De rechtbank Limburg heeft op 24 september 2019 uitspraak gedaan.

De rechtbank heeft een streep gehaald door het flyerverbod. Dit heeft de rechtbank gedaan door te verwijzen naar de vrijheid van meningsuiting en het recht op betoging. Flyeren tijdens een demonstratie is tenslotte een manier waarop demonstranten hun mening kenbaar kunnen maken aan het publiek. Daarom is dit een essentieel onderdeel van het demonstratierecht. Het vereiste dat demonstranten toestemming moeten vragen om te flyeren voorafgaand aan de demonstratie is dus niet toegestaan.

De rechtbank heeft ten overvloede ook nog aangegeven dat de plaatselijke regelgeving (APV) met het flyerverbod in strijd is met de wet en de mensenrechten en eigenlijk aangepast zou moeten worden.

De organisatoren en het PILP-NJCM zijn blij met de uitspraak van de rechtbank.

Toch gaan we in hoger beroep.
De rechtbank heeft namelijk de voorwaarde van de verplichte inzet van gecertificeerde verkeersregelaars in stand gelaten. Hoewel de rechtbank aanneemt dat het regelen van het verkeer een overheidstaak is, bestaat er volgens de rechtbank geen bezwaar tegen de verplichting voor de organisatoren om zelf gecertificeerde verkeersregelaars in te zetten. Zelfs een bedrag van enkele honderden euro's voor het inhuren van gecertificeerde verkeersregelaars is, volgens de rechtbank, niet teveel gevraagd.

Vanuit mensenrechtelijk oogpunt vinden de organisatoren en het PILP-NJCM dit oordeel onacceptabel. Wanneer de gemeente zo'n voorwaarde oplegt en organisaties of burgers geen kosten kunnen of willen maken voor het regelen van het verkeer, wordt er een drempel opgeworpen voor het grondwettelijke recht op betoging. Verkeershandhaving behoort tot de overheidstaken. Deze verantwoordelijkheid mag niet worden afgeschoven op burgers die gebruik willen maken van hun recht op betoging.

We zullen dan ook op dit punt hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Succesvolle interventie van PILP rond inbeslagname politiek materiaal op demonstratie

Op de Climate March op 29 april 2017 besloot de politie enkele honderden politieke kranten in beslag te nemen. De krant, 'De Socialist', is een politiek maandblad van de Internationale Socialisten, een radicaal linkse organisatie.

De politie nam de kranten in beslag omdat ze verkocht werden, daarmee zouden ze onder het ventverbod vallen uit de APV (artikel 2.50 lid 3 APV Amsterdam 2008).

De vrijheid van meningsuiting, van artikel 7 van de Grondwet en artikel 10 van het EVRM, beschermt echter ook geschreven vormen van de mening. Ook als die verkocht worden als krant.

Het afnemen van kranten is dan ook censuur en is in strijd met de vrijheid van meningsuiting tijdens demonstraties.

PILP werd gevraagd te interveniëren. We namen contact op met de politie. Per mail en telefonisch hebben we de politie gewezen op de mensenrechten en de jurisprudentie over goederen met een meningsuiting erop. De politie heeft de kranten daarop teruggegeven aan de activisten en heeft het dossier neergelegd bij het OM. Het PILP heeft ook voor het OM nog de (mensen)rechten op een rij gezet.

Vorige maand besloot het OM daarop om de activisten niet te vervolgen.

De politie stuurde daarop een bericht dat er vanaf nu geen politieke kranten meer ingenomen zullen worden.
Terug