NL
.
Ook een krappe arbeidsmarkt biedt Abdou geen stageplek
Bron: www.nrc.nl
Ook een krappe arbeidsmarkt biedt Abdou geen stageplek
De ene motivatiebrief na de andere verstuurde hij in zijn zoektocht naar een stage. Wel vijfentwintig in totaal. Toen dat niet bleek te werken besloot hij bedrijven te bellen, bij een aantal ging hij zelfs langs om zijn cv achter te laten. Van de meeste plekken hoorde hij niets terug. Bij de rest was het antwoord: 'Nee, we hebben geen stage voor je.'

Vreemd vond Abdou Oualkadi (18) het wel. Want ook bij openstaande stagevacatures kreeg hij vaak te horen dat het bedrijf op dat moment geen plaats had voor een stagiair.

Pas toen hij hoorde dat twee witte klasgenoten bij hun eerste sollicitatiebrief direct aan een stage mochten beginnen, werd Oualkadi, student human resource management in Amersfoort, achterdochtig.

Hij legde zijn cv naast dat van zijn klasgenoten en zag tot zijn verbazing dat hij méér werkervaring had dan zij. Bovendien had Oualkadi zijn brief door drie familieleden en vrienden laten lezen en corrigeren op spelling en inhoud. Oualkadi: "Toen ging het woord 'discriminatie' wel door mijn hoofd. Dat deed echt pijn."
Meer moeite

De Sociaal-Economische Raad (SER) stelde eind augustus in een rapport vast dat mbo-studenten met een niet-westerse achtergrond nog steeds meer moeite hebben met het vinden van een stage dan hun westerse studiegenoten. Van de mbo-studenten met een niet-westerse achtergrond moet een derde minstens vier keer solliciteren voordat zij een stageplek vinden. Van de mbo'ers zónder migratieachtergrond hoeft maar 14 procent vier keer of meer te solliciteren. Is stagediscriminatie de verklaring voor dit verschil? Ja, zegt de SER. Volgens het rapport is "stagediscriminatie van mbo-studenten met een niet-westerse achtergrond" een "zorgpunt".

Verschillende factoren hebben invloed op iemands kans op een stageplek, stelt arbeidseconoom Christoph Meng. Als onderzoeker aan de Universiteit van Maastricht houdt Meng zich bezig met de stagemarkt voor mbo-studenten. Hij concludeerde vorig jaar al in een studie dat niet-westerse mbo'ers veel vaker moeten solliciteren voor een stageplek dan hun westerse studiegenoten. Meng corrigeerde voor verschillende factoren die meetellen bij het vinden van een stage, zoals woonplaats en studierichting. Toch kun je op basis van de cijfers nog niet zomaar concluderen dat discriminatie de oorzaak is, zegt Meng. "Maar ik weet zeker dat het meespeelt".

Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) sprak zich naar aanleiding van Mengs studie vorig jaar uit tegen stagediscriminatie bij mbo'ers. Het Meldpunt Stagediscriminatie, in 2017 in het leven geroepen, kreeg daarop fors meer meldingen binnen: in het schooljaar 2018-2019 waren het er 62, tegenover 24 meldingen het jaar ervoor. Bij een niet-anonieme melding gaat de organisatie in gesprek met de melder en het bedrijf in kwestie. Wanneer het meldpunt stagediscriminatie constateert, kan het de erkenning van de stageplek als leerbedrijf intrekken. Zonder die erkenning mogen bedrijven officieel geen stagiairs in dienst nemen. Sinds de oprichting van het meldpunt is dat pas één keer gebeurd. Aan deze intrekking zit geen vaste termijn verbonden.
Nog geen verbetering

Uit het rapport van de SER blijkt dat de situatie nog niet is verbeterd. Dit terwijl de arbeidsmarkt historisch krap is. Uitkeringsinstantie UWV concludeerde vorige maand dat ook in veel laag en middelbaar opgeleide beroepen meer vacatures zijn dan dat er werkaanbod is. Toch blijft het vinden van een stage voor veel jongeren met een migratieachtergrond een enorme klus.

Sommige opleidingen proberen discriminatie tegen studenten te voorkomen, ziet de SER. Bijvoorbeeld door studenten met een niet-westerse achtergrond bij voorbaat te koppelen aan ondernemers die óók een niet-westerse achtergrond hebben. Het probleem is alleen dat deze ondernemingen vaak kleiner zijn, en minder mogelijkheden hebben voor stagiairs om zich door te ontwikkelen. Daardoor bestaat volgens het SER-rapport de kans dat er een "parallelle stagemarkt langs etnische lijnen" ontstaat.

Zo'n parallelle stagemarkt kan gevolgen hebben voor de positie van niet-westerse mbo'ers op de arbeidsmarkt, stelt onderzoeker Meng. Bij kleinere bedrijven is de kans vaak minder groot dat studenten mogen blijven na hun afstuderen. Ook zien potentiële werkgevers een stageplek bij een kleinere onderneming als minder waardevol. Dat is niet alleen onwenselijk, maar ook onterecht, stelt Meng. "Kleine bedrijven bieden de stagiair uiteindelijk misschien wel meer, omdat hij of zij veel meer verantwoordelijkheid krijgt dan bij een groot bedrijf."

Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken, VVD) presenteerde in oktober een wetsvoorstel om discriminatie op de arbeidsmarkt te voorkomen. Iedere werkgever moet volgens het voorstel op papier zetten hoe hij of zij vooroordelen in de sollicitatieprocedure tegengaat. De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid controleert deze 'werkwijze' van bedrijven. Houdt de werkgever zich er niet aan? Dan volgt na de eerste controle een waarschuwing, na de tweede een boete. De inspectie maakt de overtreding op dat moment bovendien openbaar.
Lees ook: De inclusieve werkvloer blijft een verre droom

Na drie weken en vijfentwintig sollicitatiebrieven vond Oualkadi uit Amersfoort uiteindelijk een stage bij Stichting Asha. Deze organisatie zet zich in voor integratie van mensen met een migratieachtergrond in de Utrechtse wijk Kanaleneiland. De stagiairs organiseren wekelijks in de lokale bibliotheek twee informatiebijeenkomsten over solliciteren. De stichting probeert zelf zoveel mogelijk stagiaires aan een plek te helpen: het heeft 43 stagiairs in dienst.

Radj Ramcharan, bestuurslid van de stichting, ziet de vooroordelen tegen niet-westerse mbo'ers als een hardnekkig probleem. "Bedrijven zeggen vaak dingen als: 'Ik heb één medewerker gehad met een andere achtergrond, en toen liep het mis'. Alsjeblieft zeg, probeer er nog drie!"
Pleister op een wondje

Over het wetsvoorstel van staatssecretaris Van Ark is Ramcharan sceptisch. "Het straft en veroordeelt werkgevers, maar het is een pleister op een wondje." Het voorstel pakt de kern van het probleem niet aan, zegt Ramcharan. Werkgevers moeten het zélf belangrijk vinden om een divers bedrijf te krijgen, omdat het anders moeilijk wordt personeel met een andere achtergrond te behouden. Voorlichting is hierbij belangrijk. Ramcharan: "Maak werkgevers duidelijk dat de samenstelling van onze bevolking verandert. Waar denk je straks je personeel vandaan te halen?"
Terug