NL
.
Dekolonisatie is meer dan iets terugsturen of iets goedmaken
Dekolonisatie is meer dan iets terugsturen of iets goedmaken
Voor het seizoen 2019-2020 werkt kunstencentrum Vooruit nog meer dan anders rond inclusie en toegankelijkheid. Charlie Magazine volgt Vooruit in die zoektocht. Deze keer spreken we met Heleen Debeuckelaere van Black speaks Back en dramaturg Kopano Maroga, die de deuren van Vooruit verder openzetten. Beiden houden zich bezig met de vraag: kun je een culturele instelling dekoloniseren?

Hey Kopano en Heleen, wat doen jullie bij Vooruit?
Kopano: "Ik werkte eerder met Vooruit samen aan verschillende programma's en sinds kort maak ik deel uit van het artistiek team als kunstprogrammator en dramaturg. Ik kijk mee met de programmatie en zoek naar manieren om meer jonge artiesten en denkers te betrekken. Hoe jong is jong? Tot 27 jaar, maar een beetje ouder mag ook hoor (lacht). Vooruit is een groot instituut met een lange, indrukwekkende geschiedenis. Jonge mensen zien dat vaak als een drempel die hen tegenhoudt om zich met een instituut te verbinden. Ik wil die drempel verlagen, zodat er meer verschillende artiesten en organisaties een plek in Vooruit vinden. Ik wil bijdragen aan het cultiveren van een institutionele cultuur van radicale compassie, verantwoordelijkheid, dualiteit en rigoureuze zachtheid."

Heleen: "Ik ben zowat opgegroeid in Vooruit; mijn vader zat in de raad van bestuur en we woonden om de hoek. Ik herinner me hoe ik als kind van de trapleuningen naar beneden gleed (lacht). Niet alle herinneringen zijn positief: ik maakte er ook racisme mee. Daardoor kwam ik er minder vaak, zeker toen ik rond mijn twintigste naar Brussel verhuisde. Ik merkte gelukkig dat er veel veranderd is toen Vooruit Black speaks Back, de organisatie die ik mee oprichtte, vorig jaar uitnodigde voor een gesprek. We werkten vervolgens samen aan het festival 'Same same but different', waar Black speaks Back ruimte creëerde voor dekoloniale perspectieven. Daarna vroeg Vooruit ons om 'organisation in residence' te worden, wat we nu zijn. Vooruit helpt onze organisatie financieel en organisatorisch, wij helpen Vooruit te groeien in programmering en publiek. Het is uitzonderlijk dat een instituut geeft en niet alleen neemt: er zijn veel kleine organisaties die voortdurend om input gevraagd worden, maar die daar nauwelijks voor betaald worden. Dat geldt ook voor Black speaks Back. We bestaan maar uit vier mensen en kunnen onszelf niet betalen. Dat is best uitputtend. In de eerste ontmoeting met Vooruit vroegen zij aan ons wat wíj nodig hadden. Het was een verademing om die vraag te krijgen."

Hoe ga je als kleine organisatie of freelancer van kleur om met grote instellingen die wel willen dekoloniseren, maar niet weten hoe?
Kopano: "Ik kom uit Zuid-Afrika en zeker in Kaapstad blijven koloniale verhoudingen voortleven; kapitaal is in handen van witte mensen, die er vaak niet eens wonen. Als je in die context als kunstenaar van kleur moeilijke gesprekken over racisme en ongelijkheid wil voeren, dan moet je veel opgeven. Het is heel moeilijk om jezelf vragen te stellen over identiteit als je dat meestal doet voor een witte opdrachtgever en dito publiek. Je hebt te maken met een publiek dat niet noodzakelijkerwijs directe toegang heeft tot jouw ervaring. Die dynamiek geldt overigens evenzeer voor vrouwen, vluchtelingen, queer personen, noem maar op.

Ik ben geïnteresseerd in hoe je dat gesprek toch kan aangaan. Hoe je een kans tot samenwerking kunt aangrijpen en waarderen én ondertussen erkent dat het ook iets kost: een hoop emotionele arbeid. Het is bijvoorbeeld heel zwaar om een gesprek te leiden over dekolonisatie in een theaterzaal vol witte mensen die pas net met dit onderwerp bezig zijn. Wanneer ik dat doe, word ik vaak in de positie geplaatst van magische zwarte persoon die alle antwoorden moet hebben. Terwijl ik ook fouten maak en zoekende ben. Het is die dualiteit die ik zichtbaar wil maken. Daarom werk ik graag in microformaat: ik werk kunstconcepten uit waarbij persoonlijke interactie en dialoog centraal staan, want dat schept ruimte voor zulke nuances. Zodra je op macroniveau gaat werken en bijvoorbeeld een heel instituut wil dekoloniseren, wordt het moeilijker: verschillende perspectieven en nuances worden dan al snel uitgewist. Je hebt te maken met rollen die al jaren vastliggen. Sommige instituten werden opgericht om kolonialisme mee uit te dragen en houden dat vandaag nog in verschillende vormen in stand."

Kun je een instituut überhaupt dekoloniseren?
Heleen: "Hoe zou een gedekoloniseerd instituut eruit moeten zien? Het is een fantasie. Dekolonisatie is een proces dat nooit af is, zeker niet in de huidige politieke context. Er is niet een persoon die het dekoloniseren van een instituut als opdracht kan hebben, je kunt geen keurmerk in het leven roepen voor een gedekoloniseerd instituut. Dekolonisatie is een proces dat zich op de achtergrond afspeelt. Ga maar na: het eerste instituut in België dat zichzelf gedekoloniseerd verklaarde, was het koloniale museum! Ze "dekoloniseerden" het door het bestaande koloniale instituut te renoveren. Dat is toch bizar! Ze hadden dat museum beter laten staan en er een ander museum naast gebouwd."

Kopano: "Dekolonisatie is inderdaad geen eenvoudig concept en musea in het Westen die Afrikaanse kunst uit de voormalige kolonies tonen, maken dat heel zichtbaar. De eerste vraag die elke curator van Afrikaanse kunst zich zou moeten stellen is: wat is de nalatenschap van deze objecten en waarom zijn ze hier? Ik denk niet dat het zo simpel is als objecten terugsturen, hoewel dat een begin kan zijn. De context waarin ze bestonden "waar ze vandaan kwamen", is zelden die van een kunstobject. Dus waar stuur je zo'n object dan terug naartoe? Dekolonisatie is meer dan iets terugsturen of iets goedmaken. Er is geen manier om dat wat gedaan is weer goed te maken. Wanneer landen of instituten zich op die manier proberen vrijwaren van schuld, erkennen ze niet de volledigheid van wat er gebeurd is. Het stelt geen vragen over de wij-zij-logica die kolonialisme mogelijk maakte.

Het is dan ook belangrijk om stil te staan bij wat 'dekolonisatie' betekent. Toen voormalige kolonies hun onafhankelijkheid kregen, was dat dekolonisatie in politieke en historische zin. Waar we vandaag mee bezig zijn, is onszelf losmaken van kolonialiteit. Dat houdt in dat we onderzoeken hoe we de verschillende manieren van rouw en betrokkenheid bij de kolonisatie kunnen erkennen. Voor mensen uit Zuid-Afrika zijn er andere dingen nodig dan voor pakweg mensen uit Mexicaans Amerika om zich los te maken van kolonialiteit; de Nederlandse, Franse en Britse koloniale systemen waren heel verschillend en hebben op andere manieren schade berokkend. Als kunstenaar onderzoek ik die verschillende conflicten en de fricties die daaruit ontstaan. Wat kunstinstellingen zeker kunnen doen, is ruimte en middelen vrijmaken voor denkers en kunstenaar die dat soort moeilijke vragen willen stellen en hen daarin ondersteunen."

Het dekoloniseren van een instelling wordt nog vaak gezien als zorgen dat je een divers personeelsbestand hebt.
Kopano: "Het is logisch dat er veel gesproken wordt over wie de macht heeft binnen instellingen en hoe die macht verdeeld kan worden over mensen met diverse achtergronden. Dat is een onderdeel van het dekolonisatieproces, maar diversiteit is niet hetzelfde als dekolonisatie. Als je als instelling bepaalde quota haalt, betekent dat niet dat je ook gedekoloniseerd bent. Ook mensen van kleur bestaan binnen kolonialiteit en kunnen anderen schaden - er is dus meer nodig dan hen binnen te halen."

Heleen: "Als ik aan het woord diversiteit denk zoals het in België vaak toegepast wordt, zie ik een stockfoto voor me van mensen met verschillende huidskleuren in een kantoor. Het personeelsbestand is misschien diverser, maar de ruimte zelf blijft onveranderd en de verschillende perspectieven krijgen niet evenveel erkenning. Iemand omschreef het een keer zo tegen me: misschien zitten er wat verschillende kleuren bladeren aan de boom, maar het geritsel van de bladeren klinkt nog hetzelfde. Dat geldt ook voor kunstinstellingen: ze nodigen me vaak uit in het kader van diversiteitsinitiatieven, maar creëren vervolgens geen respectvolle context waarin ik vrij kan spreken. Hoeveel diversiteit bereik je daarmee? Zulke ervaringen zijn een vorm van geweld. Dat is ook waarom mensen van kleur zich vaak terugtrekken uit instituten; ze denken dat er niet mee te werken valt. Ze hebben heel goede redenen voor dat wantrouwen. Als er geen gelijkwaardige ruimte is voor diverse perspectieven en één perspectief domineert, dan word je als persoon die tot een minderheid behoort altijd gezien als de degene die raar of hysterisch is."


Dat is een lastige positie, want zowel het instituut als je eigen publiek hebben hoge verwachtingen van jouw plek op dat podium. Jouw publiek wil dat je dingen zegt die hen interesseren en misschien zelfs dat je hen vertegenwoordigt. De culturele instelling wil dat je diversiteit vertegenwoordigt, maar wel binnen de kaders die zij bepalen. Hoe ga je daarmee om?
Kopano: "In die positie mag je het nooit fout hebben, terwijl we juist leren van falen. Als je tot een minderheid behoort, dan is er weinig marge om de kwetsbaarheid te tonen die noodzakelijk is voor groei. Wanneer minderheden worden ingezet om quota te halen, maar geen gelijkwaardige plek aan tafel krijgen, onthoud je hen fundamentele rechten om zichzelf te zijn, om menselijk te zijn. Het is een vorm van herkolonisatie. Veel mensen van kleur worden er op die manier van weerhouden om hun eigen werk te doen, terwijl instituten kennis aan hen onttrekken die in de eerste plaats het instituut ten goede komt. Die relatie is heel moeilijk. Dekolonisatie houdt ook in dat we die vormen van geweld onder ogen durven zien."

Heleen: "Die mogelijkheid tot geweld beperkt zich niet tot de instituten. Ikzelf heb anderen ook geweld aangedaan, bijvoorbeeld door mensen van kleur uit te nodigen als sprekers voor debatten waarbij ze alle antwoorden moesten hebben. Bovendien had ik hen niet genoeg ruimte gegeven om over hun eigen werk te praten. Ik heb me daar echt slecht over gevoeld, dat had anders gemoeten. Mensen van kleur moeten - in de culturele sector en daarbuiten - niet in een positie worden geplaatst waar ze enkel reactionair kunnen zijn, opinies kunnen maken of voor hun rechten vechten. We zijn nu op een punt aangekomen waar we gewoon ruimte moeten kunnen innemen om de verhalen te vertellen die we willen vertellen. En dat mensen van die verhalen kunnen genieten, of ze nu wit, zwart of welke kleur dan ook hebben. We moeten niet langer enkel woordvoerders van onze etniciteit zijn. Ga maar eens na: wat zouden jullie aan het doen zijn als we nu niet over dekolonisatie aan het praten waren? Waarschijnlijk iets voor jezelf. Daarom probeer ik ook minder te reageren en meer te creëren. Ik probeer nieuwe verhalen te vertellen en mezelf fouten toe te staan. Want zoals Kopano al zei: failing is where you learn all this shit. "
Terug