NL
.
Het etnisch elitarisme van de Nederlandse wetenschap
Het etnisch elitarisme van de Nederlandse wetenschap
Na de promotie houdt het klimmen op de wetenschappelijke ladder voor de gekleurde Nederlander op

"Zodra je moet gaan solliciteren kom je d'r niet in", vertelde een buitengewoon getalenteerde Nederlandse wetenschapper mij, die op dit moment werkt aan een van Azië's meest vooraanstaande universiteiten. Met een Tunesische vader en uitheemse achternaam werd zij, na ontelbare keren te hebben gesolliciteerd, op geen enkele Nederlandse universiteit uitgenodigd. Ik kan hierover mee praten, als Groninger met één buitenlandse ouder, werd ook ik vrijwel nergens uitgenodigd.

Men kan dan de open discussie ontwijken door dit simpelweg af te doen als een gebrek aan kwaliteit en derhalve de status quo in stand houden. Echter is dit argument onhoudbaar gezien zulke jongens en meisjes vaak wel geselecteerd worden door zeer vooraanstaande universiteiten in het buitenland. Om een voorbeeld te geven, de bovengenoemde vrouw promoveerde aan de National University of Singapore en ikzelf aan de Chinese University of Hong Kong. Beide wereldtop-50 universiteiten die hoger genoteerd staan dan iedere Nederlandse universiteit, met daarnaast buitengewoon zware selectieprocedures zoals we die in Nederland niet kennen.

Het wordt nog duidelijker wanneer we Nederlandse studentengemeenschappen observeren: het zit tjokvol met gekleurde studenten. Ook in mijn studententijd aan de Rijksuniversiteit Groningen zat het vol met Turkse, Indonesische en Marokkaanse Nederlanders. Toch waren de medewerkers enkel wit, op geen enkele uitzondering na. Statistisch gezien is dit onmogelijk: het zit vol met gekleurd talent, toch schopt niemand het tot een baan als wetenschapper.

Voor dit artikel heb ik een kleine casusstudie gedaan. Ik ben gaan kijken naar verschillende afdelingen sociale psychologie aan Nederlandse universiteiten. Ik heb voor dit vakgebied gekozen omdat het (a) het mijne is en ik dus weet dat (b) dit een wetenschap is die zich richt op een veranderende sociale wereld en rekening moet houden met culturele en etnische diversiteit in haar theorieën. Ik heb drie Nederlandse universiteiten geselecteerd die zo ver mogelijk van elkaar verspreid liggen. Vervolgens ben ik naar hun website gegaan en heb gekeken hoe het ervoor staat met de diversiteit aan faculteitsmedewerkers.

Om te beginnen met de Universiteit van Amsterdam (UVA). Er blijkt niet-wit talent te zijn, 5 van de 9 promovendi zoals u hier kunt zien hebben een niet-westerse afkomst. Onder faculty kunt u de medewerkers vinden. In totaal 17 wetenschappers waarvan 0 niet-witte medewerkers. Verbazingwekkend in een internationale stad als Amsterdam met een enorme hoeveelheid aan buitenlandse studenten.

Laten we eens kijken naar de Universiteit van Maastricht. U kunt hier de namen vinden van interne en externe promovendi, alsmede de faculteitsmedewerkers. Interne promovendi promoveren aan de faculteit zelf, externe promovendi werken vaak elders of blijven in het land van herkomst. Helaas kunnen we de foto's van de meeste van hen niet bekijken maar kijkend naar de namen wordt een ding snel duidelijk. Van de interne promovendi heeft nagenoeg iedereen een Europese achternaam. Van de externe promovendi heeft nagenoeg iedereen een niet-Europese naam. Het etnisch elitarisme sluipt er hier dus al in. Dan de 27 faculteitsmedewerkers (Teaching staff, Postdocs, Assistant Professors, Associate Professors en Full Professors): hier vind ik welgeteld één gekleurde mevrouw binnen een verder volledig wit bolwerk.

Tot slot, de Rijksuniversiteit Groningen. Hier kunt u de promovendi en medewerkers vinden. Onder de 16 personen die staan genoteerd als promovendus/PhD-student bevindt zich één gekleurde mevrouw. Ook bevinden zich er een aantal Spaans klinkende namen, helaas hebben twee van hen geen foto, eentje echter wel: een witte mevrouw. Dan de 18 faculteitsmedewerkers (Postdocs en professoraat), behalve één enkele heer met een Turks klinkende naam is de hele faculteit wit.

Met andere woorden, met betrekking tot etniciteit heeft de afdeling sociale psychologie van de UVA een diversiteitscore van: 0. De Universiteit van Maastricht heeft een score van: 3,7. De Rijksuniversiteit Groningen scoort met 5,6 het hoogst. In alle drie gevallen een schokkend lage score wanneer je nagaat dat 12 van alle Nederlanders een niet-westerse migratieachtergrond heeft en daarnaast heel veel niet-westers talent uit andere landen afstudeert aan onze universiteiten. Nog schokkender is dat in homogene samenlevingen als Hong Kong de score vaak hoger ligt.

Ons land kent dus een glazen plafond binnen de wetenschap dat nu al sinds heugenis ondoordringbaar blijkt voor zwarte en bruine Nederlanders. Zodra zij moeten solliciteren voor een faculteitspositie houdt het simpelweg op. De sollicitatie, ongeacht klink en klare bewijzen van buitengewoon talent, gaat linea-recta op het stapeltje 'afgewezen' zodra de selectiecommissie een uitheemse naam leest.

Het beangstigende is dat dit proces hoogst waarschijnlijk niet bewust is. Het idee dat bepaalde namen niet tot onze verbeelding spreken met betrekking tot intellectueel vermogen maakt deel uit van een cultuur dat elitarisme nog steeds gelijkstelt aan intellectueel vermogen. Vandaar dat politieke kwakzalvers met een studentikoze kop en bekakte 'r' in ons land nog steeds op het podium worden getild als zijnde 'intellectueel', ongeacht hun overduidelijke gebrek aan analytisch denkvermogen. Maar ook dat mbo-studenten (alle respect voor hen) vrijwel altijd gelijk worden gesteld aan gekleurde Nederlanders. Het is een ouderwets beeld van intellectualisme dat er onbewust voor zorgt dat bolwerken van wetenschap, nagenoeg wit blijven. Dat ons land, anno 2019, wat dat betreft niets is veranderd is niet alleen ontzettend triest, het heeft ook iets buitengewoon pathetisch.

Het onvermijdelijke resultaat is dat gekleurd Nederlands talent vertrekt. Het buitenland ontvangt hen met open armen waar ze gewaardeerd worden voor de talentvolle wetenschappers die ze zijn. Neem Professor Philomena Essed (Hier kunt u haar verhaal lezen), ondanks buitengewoon hoge promotiebeoordelingen, kon ze in Nederland binnen de wetenschap niet aan de bak komen. Ze is uiteindelijk vertrokken naar Amerika waar ze als een van 's werelds meest vooraanstaande sociologen op handen wordt gedragen. Kent u haar? Nooit van haar gehoord? Dat bedoel ik dus.

Ons land heeft een chronische neiging tot onderwaardering van gekleurd talent. De meeste van hen zijn voor ons volledig onzichtbaar. Het feit dat etnische achtergrond zoveel invloed heeft op de waardering en erkenning als Nederlandse wetenschapper is bijzonder treurig.

Een ex-hoofd van de afdeling psychologie aan een universiteit in Engeland vertelde mij eens dat hij tijdens zijn jaren als hoofd ervan overtuigd was dat hij zijn werknemers selecteerde op basis van kwaliteit. Totdat hij er na meer dan tien jaar achter kwam dat hij vrijwel enkel witte mensen had aangenomen. Zijn eerlijke bekentenis kon ik waarderen. Ik vroeg hem hoe dat kwam. Hij wist het niet, maar was ervan overtuigd dat het iets onbewust geweest moest zijn. Dit brengt mij inderdaad terug bij wat ik hierboven al zei: als een cultuur eeuwenlang diepgeworteld is in het idee dat de Europese mens meer ontwikkeld zou zijn, dan heeft dit met het uitblijven van een kritische reflectie op onze culturele historie, zonder meer gevolgen voor onze omgang met gekleurd talent.
Terug