NL
.
Test de praktijk
Bron: standaard.be
Test de praktijk
Statistische zekerheid is niet nodig om discriminatie op de huurmarkt bloot te leggen en zo nodig te sanctioneren, schrijven vier onderzoekers van de UAntwerpen en de KU Leuven.

Het Gelijkekansendecreet bestaat exact tien jaar. Toch blijft er discriminatie bestaan en is het aantal veroordelingen zeer beperkt. Voor slachtoffers is het moeilijk om discriminatie te bewijzen. Dat verschillende centrumsteden, na Gent, de stap willen zetten om met praktijktesten te werken, is dan ook positief. De vraag is hoe je zulke testen organiseert: kunnen private actoren een rol spelen? Volstaat het te meten en te sensibiliseren? En is het mogelijk om na te gaan of een individu discrimineert? Arbeidseconoom Stijn Baert pleitte ervoor te controleren op sectorniveau, in te zetten op zelfregulering en erop te rekenen dat een bedrijf geen imagoschade wil oplopen (DS 27 december). Maar de aanpak op de arbeidsmarkt en de huurmarkt kan je niet zomaar spiegelen.

Zo is de private huurmarkt veel minder (professioneel) georganiseerd dan de arbeidsmarkt. Zes op de tien woningen worden er rechtstreeks door de eigenaar aangeboden. Andere eigenaars doen een beroep op een vastgoedmakelaar. Verhuurders bezitten doorgaans maar één of twee woningen. Er zijn dus zeer veel spelers op de markt. Daarin bestaan geen 'subsectoren' die je afzonderlijk kunt testen, opvolgen en eventueel imagoschade doen lijden. Bovendien is maar een klein aantal verhuurders aangesloten bij een overkoepelende organisatie. Het is dus moeilijk om hen bij te sturen via zelfregulering. Vastgoedmakelaars zijn beter georganiseerd, maar willen alleen meestappen in een verhaal van zelfregulering als ook particuliere verhuurders erbij worden betrokken. Alleen al daarom is er een rol weggelegd voor de overheid bij de aanpak van discriminatie.

Als je wilt nagaan of een individu discrimineert, is het dan nodig om dertig testen uit te voeren, zoals Baert beweert? Wij denken van niet. Bij een praktijktest wordt een verhuurder of makelaar gecontacteerd door twee kandidaten met een vergelijkbaar profiel, alleen irrelevante kenmerken die wijzen op discriminatie zoals leeftijd of herkomst, verschillen. Het kan inderdaad zijn dat door toeval bijvoorbeeld de kandidaat met 'niet-Belgische naam' niet wordt uitgenodigd en de kandidaat met 'Belgische naam' wel. Maar Baert haalt twee zaken door elkaar: statistische of wetenschappelijke zekerheid en beleids- of juridische zekerheid.

Wil men voor wetenschappelijke doeleinden nagaan in welke mate er wordt gediscrimineerd op de huurmarkt, volstaat het om bij verhuurders of makelaars één praktijktest af te nemen. Het toeval wordt dan door het grote aantal testen over de sector uitgefilterd. Wil men statistische zekerheid of een individu discrimineert, dan is herhaaldelijk testen inderdaad nodig. Voor makelaars hoeft dit geen probleem te zijn: zij verhuren meestal meerdere woningen. Bij kleinschalige verhuurders is het moeilijker praktijktesten te herhalen. Maar met het Gelijkekansendecreet en de mogelijke doelstellingen waaruit praktijktesten worden georganiseerd in gedachten, moet ook dit pijnpunt worden genuanceerd.

Praktijktesten kunnen in de eerste plaats worden ingezet om discriminatie te monitoren. Dat gebeurt doorgaans op sectorniveau. Net als bij wetenschappelijk onderzoek, valt het aspect 'toeval' weg door het grote aantal tests. Maar als we discriminatie willen aanpakken, dan volstaat het niet het probleem vast te stellen.

Het koppelen van gevolgen aan praktijktesten is geen heksenjacht. Verhuurders en makelaars die correct te werk gaan, worden minimaal belast. In een gefaseerde aanpak zoals in Gent wordt alleen wie in de eerste fase slecht scoort, later nog eens getest. Bovendien hoeft een slecht testresultaat niet meteen tot sancties te leiden: sensibilisering en opleiding blijven nuttig voor de sector. Een eventueel gebrek aan statistische zekerheid lijkt dan niet problematisch.

Sensibilisering kent echter grenzen. Als men hardnekkig blijft discrimineren, moet sanctioneren mogelijk zijn. Alleen zo zal de aanpak van discriminatie ernstig worden genomen. Praktijktesten zijn daartoe ook bruikbaar. Het is een misvatting dat sanctioneren statistische zekerheid vereist. Een rechter kan 'naar innerlijke overtuiging en eigen inzicht' oordelen. Bovendien heeft de regelgever de bewijslast bij discriminatie bewust niet te hoog gelegd, net omwille van de moeilijke aantoonbaarheid. Het Gelijkekansendecreet 'verdeelt' daarom de bewijslast en zegt dat een slachtoffer alleen feiten moet aanvoeren die het bestaan van discriminatie doen vermoeden. Als voorbeeld vernoemt het decreet zelfs een 'patroontest' of een 'vergelijkingstest', wat neerkomt op een praktijktest. Sanctionering op basis van praktijktesten een juridische utopie noemen, is dus een brug te ver.

Steeds weer zijn studies erg duidelijk: bepaalde groepen ondervinden discriminatie. Daarom moeten beleidsmakers een stap verdergaan dan monitoring van het probleem. We kunnen niet opnieuw een nulmeting organiseren en de resultaten afwachten. Het is tijd voor een volwaardige aanpak, zodat de toegang tot de huurmarkt rechtvaardig kan verlopen.
Terug